Op 5 februari 2026 verscheen het advies “Grond voor verbetering” van de Raad voor de leefomgeving en infrastructuur (Rli). De raad schrijft dat de prijzen voor agrarische grond hoger zijn dan ooit, en bepleit dat de overheid steviger ingrijpt op de grondmarkt. Inzet van instrumenten als landinrichting, voorkeursrecht en een grondbank is volgens de raad nodig. In de bespreking van het advies wordt ook een grotere rol voor onteigening genoemd. Wat betekent dat voor grondeigenaren die te maken krijgen met onteigening voor natuur?
Van achtervang naar strategisch instrument?
De Rli constateert dat er in Nederland meer ruimte nodig is voor onder meer wonen, bedrijven, defensie en natuur. Overheden werken nu vooral met vrijwillige instrumenten. Uit een bespreking van het advies door Stibbe komt naar voren dat de raad wil dat wettelijke instrumenten eerder en naast vrijwillige trajecten worden ingezet. Daarbij wordt genoemd dat het starten van een onteigeningsprocedure in de praktijk in ongeveer 95% van de gevallen alsnog tot overeenstemming leidt.
Een advies is geen wet. De Rli adviseert regering en parlement, en de Eerste Kamer heeft het advies geagendeerd. Bovendien blijft onteigening juridisch een uiterst middel: zonder redelijke poging tot minnelijke verwerving ontbreekt de noodzaak (artikel 11.7 Omgevingswet). Dat “eerder” onteigenen stuit dus op een wettelijke grens. Toch is het een belangrijk signaal over de richting van het grondbeleid.
De praktijk: onteigening voor natuur, water en dijken
Onteigening voor de fysieke leefomgeving is intussen al praktijk, en sinds 2024 beslissen provincies, waterschappen en gemeenten zelf over de onteigeningsbeschikking. Enkele voorbeelden:
- De provincie Groningen: Provinciale Staten gaven in 2026 een onteigeningsbeschikking voor waterberging en natuur in het Zuidelijk Westerkwartier, deelgebied Dwarsdiep.
- De Lekdijk: het hoogheemraadschap De Stichtse Rijnlanden wil de dijk over 55 kilometer versterken. Voor één deelproject was grond nodig van 35 eigenaren. Met elf van hen werd aanvankelijk geen overeenstemming bereikt. De rechtbank bekrachtigde in juli 2026 de beschikking voor negen percelen (ECLI:NL:RBMNE:2026:3996). Over de lessen uit die uitspraak leest u meer in ons artikel over logboeken en vormfouten.
- Noord-Brabant: Nieuwsuur meldde in 2025 dat de provincie 55 boeren en grondbezitters kon onteigenen als zij een laatste bod afwezen. Op grond van artikel 11.4 van de Omgevingswet beslissen Provinciale Staten uiteindelijk over een eventuele beschikking.
- Zuid-Holland: de provincie maakte een volledige schadeloosstelling mogelijk in zeven gebieden die nodig zijn voor het Natuurnetwerk Nederland, met onteigening als uiterste middel.
Waarom de dreiging van onteigening juridisch uitmaakt
Vooral het voorbeeld van Zuid-Holland laat iets zien wat veel grondeigenaren niet weten. Een overheid mag in een gewone verkoop in beginsel niet zomaar meer betalen dan de marktwaarde, omdat dat staatssteun kan opleveren. Biedt de overheid in een minnelijk traject een volledige schadeloosstelling, dan is van belang dat onteigening daadwerkelijk achter de hand wordt gehouden. Bij een volledige schadeloosstelling kunnen bijvoorbeeld ook bedrijfsverplaatsing en andere bijkomende schade worden vergoed. In de landbouwpers wordt in dit verband de zaak van een bedrijf in Harlingen genoemd, waarin afspraken met een gemeente niet in stand bleven omdat zicht op onteigening ontbrak. Bij een overeenkomst met een overheid is de onderbouwing van de prijs dus geen formaliteit, maar kan die later bepalend zijn voor de geldigheid van de deal.
Het dossier is politiek gevoelig. Politieke partijen en belangenorganisaties denken verschillend over onteigening voor natuur. Sommige partijen wijzen het principieel af, andere zien het als noodzakelijk om wettelijke natuur- en waterdoelen te halen. Voor de individuele eigenaar is vooral van belang welke keuzes er in zijn gebied liggen en welk bestuursorgaan beslist.
Wat kunt u als eigenaar doen?
- Vraag uit welk besluit de grondbehoefte voortvloeit. Zonder omgevingsplan, buitenplanse omgevingsvergunning of projectbesluit is er geen onteigeningsbelang. De inhoudelijke discussie moet vaak in die fase plaatsvinden, zoals de zaak Palace Wyck duidelijk maakt.
- Onderzoek zelfrealisatie. De noodzaak tot onteigening ontbreekt als een eigenaar bereid en in staat is het plan zelf uit te voeren op de door het bevoegd gezag beoogde wijze. Bij natuur kan dat in bepaalde gevallen een reële optie zijn. Alleen een mededeling volstaat niet: u moet concrete, op uitvoering gerichte plannen hebben en kennis en middelen kunnen aantonen.
- Zoekt u vervangende grond? Lees dan wat de Raad van State oordeelde over ruilgrond.
- Vergelijk een minnelijk aanbod met wat een volledige schadeloosstelling zou zijn, inclusief inkomensschade, verplaatsing en belastingschade. Een aantrekkelijk ogend bedrag per hectare zegt weinig als de rest ontbreekt.
Wat betekent dit voor rentmeesters?
Rentmeesters zijn vaak de eerste gesprekspartner aan de keukentafel. Zij doen er goed aan om in een vroeg stadium te bepalen onder welk regime het gesprek plaatsvindt: gaat het om een marktconforme aankoop of om verwerving met onteigening als achtervang? Dat bepaalt de waardering en welke schadeposten bespreekbaar zijn. Bij pachtbedrijven komt daar de positie van de pachter bij.
Advies ook over de samenhang met een subsidie of stoppersregeling, de fiscale gevolgen en de ontwikkeling van de grondprijs. De Rli wijst erop dat fiscale regelingen bijdragen aan hoge prijzen en bepleit hervorming daarvan. Als die er komt, kan dat de markt beïnvloeden, maar de schadeloosstelling blijft gebaseerd op de situatie op de peildatum.
Conclusie
Of het Rli-advies tot nieuw beleid leidt, moet nog blijken. Duidelijk is wel dat onteigening voor natuur, water en andere grote opgaven geen theorie meer is. Grondeigenaren die in een zoekgebied liggen, doen er goed aan zich vroeg te laten informeren. Op onze pagina over onteigening leest u hoe wij u daarbij kunnen helpen.
Wilt u eens kosteloos praten over uw onteigeningsprocedure? Bel of mail ons gerust.