Bekrachtiging, bedenkingen en hoger beroep

Geschreven door Wiert Leistra
17 februari 2026

Bekrachtiging en bedenkingen vormen de kern van de rechterlijke toets bij onteigening. Geen onteigening zonder rechter: elke onteigeningsbeschikking moet door de bestuursrechter worden bekrachtigd. Zonder bekrachtiging treedt de beschikking niet in werking. U kunt in deze procedure bedenkingen indienen en daarna eventueel hoger beroep instellen. Dat is een belangrijk moment, omdat wie geen bedenkingen indient, later in beginsel geen hoger beroep meer kan instellen.

Hoe start de procedure?

U hoeft de procedure niet zelf te starten. Het bevoegd gezag moet de rechtbank binnen zes weken nadat de beschikking ter inzage is gelegd om bekrachtiging vragen. Dat gebeurt bij de rechtbank in het gebied waar de percelen liggen. Is het verzoek te laat, dan is het niet-ontvankelijk en moet het bevoegd gezag opnieuw een beschikking geven.

Bij het verzoek horen het onteigeningsdossier, de logboeken van het overleg, het besluit waarop de onteigening steunt, recente kadastrale gegevens en de zienswijzen.

Wat zijn bedenkingen bij de bekrachtiging?

Bedenkingen hebben dezelfde functie als beroepsgronden in een gewone bestuursrechtelijke procedure. Binnen dezelfde periode van zes weken kunnen belanghebbenden ze schriftelijk bij de rechtbank indienen. De bekendmaking van de beschikking vermeldt de rechtbank en de termijn.

Belanghebbend zijn onder meer eigenaren, erfpachters, huurders en pachters. Ook wie eerder geen zienswijze indiende, kan bedenkingen indienen. Zie De zienswijze tegen een ontwerp-onteigeningsbeschikking voor die eerdere stap.

Wat toetst de rechter bij bekrachtiging en bedenkingen?

De rechter voert altijd een basistoets uit, ook zonder bedenkingen. Hij wijst het verzoek in ieder geval af als:

  • de vormvoorschriften niet zijn gevolgd;
  • het onteigeningsbelang ontbreekt;
  • de noodzaak ontbreekt;
  • de urgentie ontbreekt.

Met bedenkingen kan de rechter uw specifieke situatie nader beoordelen, bijvoorbeeld op evenredigheid of op gemaakte toezeggingen. De eisen leest u in Wanneer mag de overheid onteigenen?

De rechter kijkt ook naar veranderingen na de beschikking. Daardoor kan het verloop van de onderhandelingen tot aan de zitting meewegen. Een belangrijk voorbeeld: de onteigenaar moet dus blijven praten, en ook u kunt laten zien wat er sinds de beschikking is gebeurd.

Hoe verloopt de behandeling?

Het bevoegd gezag krijgt in beginsel vier weken om op de bedenkingen te reageren. De rechtbank kan daarna nog een schriftelijke reactie vragen van beide partijen. Meestal volgt een zitting. De rechtbank doet in beginsel binnen zes maanden uitspraak, maar dat is geen harde termijn. In spoedeisende gevallen kan de rechtbank de zaak versneld behandelen. Ook kan de rechter het bevoegd gezag de kans geven om een gebrek te herstellen. Dat heet de bestuurlijke lus. Uw bedenkingen gelden dan in principe ook voor het herstelbesluit.

Wat kan de uitkomst zijn?

De rechter kan de beschikking bekrachtigen, geheel of gedeeltelijk, of het verzoek afwijzen. Gedeeltelijke bekrachtiging kan bijvoorbeeld als de onderhandelingen over één perceel onvoldoende waren en over de andere wel.

De rechter kan echter niet alleen een recht zoals pacht eruit lichten en het eigendomsrecht apart behandelen. Dat bleek uit de eerste uitspraak van de Raad van State op dit gebied (ECLI:NL:RVS:2026:629). In die zaak was de gemeente het eens met de eigenaar, maar niet met de pachter. Toch moest de onroerende zaak zelf worden aangewezen om die van de pacht te bevrijden.

De hoogte van de schadeloosstelling komt in deze procedure niet aan de orde. Daarover oordeelt de civiele rechter: De schadeloosstellingsprocedure en het voorschot.

Hoger beroep

Tegen de uitspraak staat binnen zes weken hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De termijn begint de dag nadat de rechtbank de uitspraak heeft verzonden, dus niet pas bij de latere terinzagelegging. Let daar goed op.

Hoger beroep staat open voor het bevoegd gezag en voor belanghebbenden die bedenkingen hebben ingediend. Anderen kunnen dat alleen als hun redelijkerwijs niet kan worden verweten dat zij geen bedenkingen hebben ingediend. De Afdeling doet in beginsel binnen zes maanden uitspraak nadat de verwerende partij heeft kunnen reageren.

De rechtmatigheid van de onteigening kan dus twee keer inhoudelijk worden getoetst. Dat is nieuw ten opzichte van het oude recht.

Wel of geen advocaat?

Een advocaat is in de bestuursrechtelijke procedure niet verplicht. Gezien de korte termijnen en de techniek van deze zaken is deskundige bijstand vaak wel verstandig. Vraag de rechter of de Afdeling ook tijdig om een vergoeding van uw kosten. Zie Kosten van advocaat en deskundigen bij onteigening.

Hoe verder na de uitspraak?

Na de bekrachtiging legt het bevoegd gezag de uitspraak samen met de beschikking ter inzage. De beschikking treedt de dag daarna in werking. De eigendom gaat pas over met de inschrijving van de akte: De onteigeningsakte: wanneer gaat de eigendom over?

Bij de bekrachtiging zijn bedenkingen dus uw belangrijkste middel. Bedenkingen kunnen de bekrachtiging bovendien alleen beïnvloeden als ze op tijd bij de rechtbank liggen.

Zowel de bekrachtiging als uw bedenkingen draaien om dezelfde wettelijke eisen. Bekrachtiging volgt alleen als daaraan is voldaan, ook als u geen bedenkingen hebt ingediend.

Conclusie over bekrachtiging en bedenkingen

De bekrachtiging geeft u een onafhankelijke toets van de onteigening. Omdat de termijn kort is en uw recht op hoger beroep ervan afhangt, doet u er goed aan direct na de terinzagelegging te bepalen of u bedenkingen indient. De plaats van deze stap in het geheel ziet u in De onteigeningsprocedure stap voor stap.

Wilt u eens kosteloos praten over uw situatie? Bel ons op 026 – 382 6417 of mail naar info@liebregtsleistra.nl.

LiebregtsLeistra

Waar kunnen we u mee helpen?

Contact