Sinds 1 januari 2024 staan de regels over onteigening in de Omgevingswet. Wat u ontvangt of online leest over de Kroon of een Koninklijk Besluit, geldt daardoor vaak niet meer. De voorwaarden voor onteigening en de hoogte van de schadeloosstelling zijn inhoudelijk grotendeels hetzelfde gebleven, maar de procedure is sterk veranderd. In dit artikel zetten wij de verschillen op een rij en leggen wij uit wat die voor u betekenen.
Van de Kroon naar het bestuursorgaan
Onder het oude recht wees de Kroon de percelen aan bij Koninklijk Besluit. Nu neemt een bestuursorgaan zelf een onteigeningsbeschikking: de gemeenteraad, het algemeen bestuur van het waterschap, Provinciale Staten of de minister. Dat moet het algemeen bestuur zelf doen. Het college van burgemeester en wethouders kan de beschikking dus niet namens de gemeenteraad nemen. Meer hierover leest u in Wie mag onteigenen?
Een rechter toetst altijd
Elke beschikking moet door de bestuursrechter worden bekrachtigd. Dat gebeurt ook als niemand bezwaar maakt. Pas na de bekrachtiging kan de beschikking in werking treden.
Belanghebbenden dienen in deze procedure bedenkingen in bij de rechtbank. Daarna is hoger beroep mogelijk bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De rechtmatigheid kan dus twee keer inhoudelijk worden getoetst. Onder het oude recht stond tegen het vonnis van de rechtbank alleen cassatie open. De rechter beoordeelt bovendien de situatie zoals die op dat moment is, dus ook ontwikkelingen na de beschikking kunnen meewegen.
Twee aparte sporen
Vroeger sprak de civiele rechter de onteigening uit en stelde hij ook de schadeloosstelling vast. Die taken zijn nu gescheiden:
- De bestuursrechter beoordeelt of de onteigening mag.
- De civiele rechter stelt de schadeloosstelling vast, in een procedure die met een verzoekschrift begint en niet meer met een dagvaarding.
Beide procedures kunnen tegelijk lopen. Bezwaren tegen de hoogte van de vergoeding horen dus niet in de bestuursrechtelijke procedure thuis, en andersom.
Andere belangrijke verschillen
- Geen aparte titels meer. De vroegere onteigeningstitels, elk met een eigen procedure, zijn vervangen door één algemeen onteigeningsbelang. Dat belang moet wel steunen op een omgevingsplan, projectbesluit of omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit.
- Een notariële akte. De eigendom gaat niet meer over door inschrijving van een vonnis, maar door inschrijving van een onteigeningsakte.
- Hoger voorschot. U krijgt als voorlopige schadeloosstelling in beginsel 100% van het aanbod. Onder het oude recht was het voorschot 90%, en stelde de onteigenaar voor de rest zekerheid.
- Alleen de onroerende zaak. Een beperkt of persoonlijk recht, zoals pacht, kan niet meer afzonderlijk worden onteigend. De onroerende zaak zelf wordt aangewezen, en door de inschrijving van de akte vervallen de rechten die daarop rusten.
- Teruglevering. Begint de onteigenaar niet op tijd met het project, dan moet hij u aanbieden het onteigende terug te leveren. Zie De onteigeningsakte: wanneer gaat de eigendom over?
Hoe de stappen op elkaar aansluiten, leest u in De onteigeningsprocedure stap voor stap.
Wat is bij onteigening onder de Omgevingswet niet veranderd?
Onteigening blijft het laatste middel. De eisen van onteigeningsbelang, noodzaak en urgentie kwamen vroeger uit de rechtspraak en staan nu in de wet. De beoogde ontwikkeling moet ook nog steeds planologisch mogelijk zijn gemaakt. Bezwaren tegen het plan zelf horen ook nu thuis in de procedure tegen dat plan.
Ook de regels voor het berekenen van de schadeloosstelling zijn inhoudelijk voortgezet. Veel oudere uitspraken blijven daardoor waarschijnlijk van belang. Meer daarover leest u in Schadeloosstelling bij onteigening: het overzicht.
Geldt de Omgevingswet voor de onteigening in uw zaak?
Is het verzoek tot onteigening vóór 1 januari 2024 bij de Kroon ingediend? Dan geldt nog de Onteigeningswet, totdat de onteigening is afgerond en de definitieve schadeloosstelling is betaald. Lopende projecten kunnen dus nog onder het oude recht vallen.
In alle andere gevallen geldt de Omgevingswet. Dat kan ook als het plan waarop de onteigening steunt uit de tijd vóór 2024 stamt. Een bestemmingsplan of Tracébesluit kan namelijk via het overgangsrecht nog steeds als grondslag dienen. De Onteigeningswet blijft daarnaast bestaan voor buitengewone omstandigheden, zoals oorlog of rampen.
Ook de Omgevingswet zelf staat niet stil. Er ligt een wetsvoorstel dat onder meer de grondslagen voor onteigening en de regels voor de onteigeningsakte kan aanpassen. Laat daarom altijd controleren welke regels op het moment van uw zaak gelden.
Wat betekent dit voor u?
De nieuwe procedure biedt meer rechtsbescherming, maar vraagt ook om opletten. U kunt tijdens de terinzagelegging een zienswijze indienen en daarna bedenkingen. Hoger beroep staat in beginsel alleen open als u bedenkingen hebt ingediend. Wie deze stap overslaat, kan dus een kans missen. Tegelijk kan er al een procedure over de schadeloosstelling lopen. Lees meer in Bekrachtiging, bedenkingen en hoger beroep en De schadeloosstellingsprocedure en het voorschot.
Bovendien is onteigening onder de Omgevingswet nog volop in ontwikkeling, omdat de rechtspraak zich nu pas vormt. Een overzicht van de wijzigingen vindt u ook bij het Informatiepunt Leefomgeving.
Conclusie over onteigening onder de Omgevingswet
De Omgevingswet heeft de weg naar onteigening veranderd, niet het uitgangspunt dat u volledig schadeloos moet worden gesteld. Controleer daarom eerst welk recht in uw zaak geldt en welke termijnen voor u lopen. Algemene informatie over onteigening vindt u in Wat is onteigening?
Wilt u eens kosteloos praten over uw situatie? Bel ons op 026 – 382 6417 of mail naar info@liebregtsleistra.nl.